Subcommissie Ruimtelijke Basisgegevens
Voorheen werd er van uitgegaan dat de specificatie van de inhoud van
basisbestanden (of kaarten) voor lange tijd kon worden vastgesteld, denk aan
de topografische kaart, de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN), de
hoogtekaart etc. Het medium en het productieproces en de indertijd geldende
productietijden vereisten dat. Het ziet er gezien de huidige ontwikkelingen
naar uit dat ten opzichte van de voorziening van topografische basisdata een
dynamischere houding gewenst is. Specificaties zullen vaker aangepast moeten
worden aan de veranderende behoeften en de veranderende technologie voor de
inwinning en bewerking. Omdat het hier om gegevens gaat die een basisrol
spelen in de zich ontwikkelende geo-informatie infrastructuur, ligt hier een
belangrijke verantwoordelijkheid voor de overheid. De overheid dient die rol
uit te voeren op basis van gedegen adviezen en deze adviezen dienen een
wetenschappelijk gefundeerd en onafhankelijk karakter te hebben. Deze
adviezen dienen ook operationaliseerbaar te zijn, zodat ze ook gebaseerd
moeten zijn op een gedegen kennis van het operationele veld. De Nederlandse
Commissie voor Geodesie lijkt daarom de aangewezen instantie om de overheid
daarbij bij te staan als permanent adviesorgaan. Gezien de bovengeschetste
dynamiek van dit aandachtsveld lijkt het raadzaam om een taak op dit gebied
in de subcommissiestructuur van de NCG in te bedden. De Subcommissie
Ruimtelijke Basisgegevens dient zich met de volgende vragen bezig te houden:
| 1. | Hoe zal vooral bij professioneel gebruik de behoefte aan topografische basisgegevens zich ontwikkelen? |
| 2. | Welke soorten van dienstverlening zullen in dit verband gevraagd worden? |
| 3. | Welke technologische ontwikkelingen op het gebied van de sensoren, informatie-extractie, (visuele) representatie en ICT zijn relevant voor de toekomstige levering van producten en diensten met betrekking tot topografische basisgegevens? |
| 4. | In hoeverre bieden deze ontwikkelingen mogelijkheden voor nieuwe specificaties voor topografische basisgegevens en voor nieuwe soorten van dienstverlening in dit verband? |
| 5. | Welke institutionele rollen zijn daarbij te vervullen? |
Verder gaat het in de Subcommissie duidelijk niet alleen om inwinning, maar ook om de vragen welke basisgegevens voor de toekomst belangrijk worden en hoe e.e.a. gerepresenteerd kan worden.
Samenstelling
Voorzitter: prof.dr.ir. M.G. Vosselman (UT Twente - ITC)
Ambtelijk secretaris: F.H. Schröder (NCG)
Leden:
drs.
R. van Essen (TomTom)
ir. L. Heres (Rijkswaterstaat Data-ICT-Dienst)
ir.drs. A.J. Klijnjan (Kadaster; tevens afgevaardigde naar EuroSDR)
ir. R.J.G.A. Kroon (Geodelta B.V.)
prof.dr.ir. P.J.M. van Oosterom (TU Delft)
ir. R.P.E. van Rossem (ministerie van Infrastructuur en Milieu)
mw. dr. J.E. Stoter (TU Delft, Kadaster; tevens afgevaardigde naar EuroSDR)
ir. R. van der Velden (Het Waterschapshuis)







